Pelgrim zijn
is onderweg zijn.
Natregenen
en zien
dat daarna telkens weer
de zon te voorschijn komt.

Pelgrim zijn
is onderweg zijn
met een lege broodzak
en je toch rijk voelen.
Terug thuis komen
met een rugzak vol
onvergetelijke herinneringen.

  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Donderdag 27 Juni 2013. Terug naar huis.

De Renfe dagtrein arriveert na een rit van bijna 14 uur in Hendaya rond 21 uur. De volgende dag brengt de TGV ons tot Bordeaux en de regionale TER naar Libourne. Annemie komt ons benieuwd aan het station afhalen. Het kan niet anders dan dat tot laat in de avond achter een glas wijn de verhalen naar boven komen. Op zaterdag morgen rijden we met een rugzak vol herinneringen na 5 weken huiswaarts.

Met een gemiddelde afstand van 50 km. per dag kunnen we ons moeilijk catalogeren onder de “snelle” fietsers. Alhoewel de bergen zelden hoger waren dan 400m., waren de onophoudelijke beklimmingen vanaf zeespiegel lastig en zwaar. Klimpartijen aan 8 à 10% zijn de regel. Geen enkele dag was het plat.
We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we buiten het fietsen ook nog geïnteresseerd zijn in cultuur en natuur. Geen “dwaze” kilometervreterij. En er was véél natuur. Enkel de vervuilende industrie rond de kuststeden San Sebastián, Bilbao, Santander, Gijón en Avilés kon al dit moois bederven. De noordkust van Spanje is één lang gerekte panoramafoto van woeste kliffen, uitnodigende playas, schuimende oceaangolven, groene woeste bergen, dichte spookachtige mistslierten. Ongerepte natuur van ongekende schoonheid.
Omdat we opteerden voor een rustige tocht en een bescheiden vakantiegevoel bezochten we geen overbevolkte refugios maar comfortabele goedkope hotelletjes. De dagelijkse “menu del día” was een must. Hierdoor misten we misschien een beetje het beruchte “camino-gevoel”. We hebben weinig pelgrims ontmoet. Weinig fietsers, meestal oudere stappers onder zware rugzakken, waarvan we vermoeden dat ze bewúst alleen op weg waren in alle stilte. Pas vanaf Arzuá op nog geen 50 km. van Compostela verwijderd, kwamen we terecht op de drukke “Camino Francés” waar we moesten wennen aan de soms luidruchtige pelgrims.
De “Camino del Norte” is een echte aanrader voor wie de gekte van de “Camino Francés” wil vermijden; voor wie op tocht wil gaan in confrontatie met de stilte van de natuur. Een tocht om nooit meer te vergeten.

Dinsdag 25 Juni 2013. Santiago de Compostela.

Het is aangenaam kuieren in deze gezellige stad vol cultuur en propvolle souvenir winkeltjes. De straten zien in deze tijd van het jaar nog niet zwart van de pelgrims en de toeristen zodat we rustig kunnen rondkijken en neuzen. Keuze aan restaurantjes in overvloed. Als spiritueel afscheid aan de Camino plegen we een bezoekje aan het Museum van de Pelgrim. De moeite waard.

Maandag 24 Juni 2013 (dag 30) Arzuá – Santiago de Compostela 51 km. We hebben er 1252 km. opzitten.

Vandaag wordt het onze triomftocht. De zon zorgt voor een lekker feestweertje tot 25°C.. Deze laatste rit moet wel gaan als een fluitje van een cent. Niets is minder waar. De weg over Touro en Bóqueixón is bijzonder mooi en gehuld in de sfeermakende geur van eucalyptusbomen. Maar het is hard trappen en zweten geblazen tot de laatste snik. Als we beladen met emoties van “godver … wat was dit een zware camino” aankomen in Santiago hebben we alles te samen misschien op deze laatste dag 600 m. geklommen. Onder het brugje dat toegang geeft tot het befaamde plein “Praza do Obradoiro” worden we verwelkomd door een doedelzakspeler. De lippen worden droog … we worden stil … een traan. . oef .... We staan vol emotie vlak voor de ontzaglijke kathedraal, het eindpunt van deze wekenlange tocht. Wij zijn geslaagd! Spijtig is de beroemde Pórtico de Gloria wegens restauratiewerken volledig ingepakt. In de vroege vooravond ontvangen we fier onze Compostela in een kartonnen rolletje. “Proficiat!” roept de receptiedame ons na aan de deur. Een vrouw op straat spreekt ons aan en stelt ons een appartementje met keuken en badkamer voor aan een belachelijke prijs vlakbij het centrum. We boeken 3 nachten.
Morgen zoeken we het adres waar we onze fietsen kunnen inleveren en moeten we de treintickets bestellen. Dan kunnen we eindelijk de fietskleren verwisselen met “mensen”kleren en nog 2 dagen de toerist uithangen.






















Zondag 23 Juni 2013 (dag 29) Parga- Arzuá 57 km.

Vandaag is het de dag van de waarheid. Een klimpartij 720 m. hoog. We hebben nog 5 km. uitstel tot Seixón. In Miraz nemen we de verkeerde afslag en we komen op een rotsachtige weg door de bossen terecht waar het soms onmogelijk is op de fiets te blijven. Dan maar holder de bolder over de rotsen te voet tot we plots recht voor een steengroeve staan die ons de weg verspert. Er zit niets anders op er rond te ploeteren om te zien of de weg erachter doorloopt. Waar zitten we eigenlijk? Moest het hier beginnen regenen!? Zitten hier vossen of everzwijnen … wie weet een wolf? De weg kronkelt en hobbelt naar 500 m. … 600 m. tot op 680 m. hoogte. Na 2 uur puffen en zweten komen we eindelijk op een asfaltwegje die in een grote bocht bijna terug keert van waar we komen. In Negradas zet een Spanjaard ons terug op de weg. Na 200 m. dalen moeten we eerst over een heuvel tot 700 m. hoog om dan richting Sobrado te nemen naar links “a la isquierda”. Reusachtige windmolens zoeven krachtig over een eindeloze hoogvlakte vol geelgekleurde heide. Hier krijgt de koude wind alle kans. We zwoegen ons naar omhoog. Ons lichaam staat “op rood”. Van daarboven leidt de dp-8001 ons in een lange afdaling naar Sobrado dos Monxes. De koude wind suist rond de oren. Rillingen over gans het lichaam. We bezoeken de beroemde cisterciënzer abdij. Een indrukwekkend gebouwencomplex met een reusachtige kerk. Langs de muren loopt groen bruin schimmelend vocht. Hoe kan het dat men zulk prachtig historisch erfgoed laat vervallen. De 2 torens en de voorgevel staan vol onkruid. Er groeit zelfs een boom op. Hier beneden in Sobrado is het warm tot 35° C. De krachtige zonnestralen doen ons deugd na die bar koude hoogtes. In Arzuá sluiten we aan op de veel drukkere Camino Francés vanuit Astorga. Het is wennen. Er heerst een gezellige drukte op het dorpsplein waar vele vermagerde en hinkende pelgrims zitten te bekomen achter een pint of een berg pasta. Wij doen ons te goed aan een liter bier en …een toren spagetti. Wij hebben dit verdiend, toch?
















Zaterdag 22 Juni 2013 (dag 28) Parga. Rustdag.

In het dorpje verspreidt zich algauw het nieuws dat er 2 “rare” Belgische fietsers rondlopen op weg naar Compostela. We botsen op een 70-jarige “versleten” vrouw die als enige in het dorp frans spreekt. Fier vertelt ze ons dat ze 40 jaar gewerkt heeft in Vilvoorde o.a. in Marly dat ondertussen niet meer bestaat. Ze was er actief in de vakbond van de socialisten. Ook haar man was een vakbondsafgevaardigde. “De banken zijn met al onze centen gaan lopen” roept ze met verheven stem. Na zolang in België te hebben gewoond heeft ze het moeilijk zich hier terug aan te passen. Ze is blij nog eens in het frans te kunnen praten. “In België is het leven véél beter … hier is niets meer”. Ze is bij haar pensioen terug naar hier komen wonen om de familie te sussen. Tussen haar woorden voel je de verscholen heimwee. Wij “bezinnen” ons over de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.






Vrijdag 21 Juni 2013 (dag 27) Vilalba – Parga 32 km.

Het regent toch weer geen pijpenstelen zeker? Een beetje tegen onze goesting kruipen we op de fiets na een stevige bocadillo achter de hoek. Het gebrek aan veel slaapmogelijkheden verder op de route dwingt ons halt te houden in Parga na een relatief gemakkelijke rit. Mijn knie snakt naar een beetje voltarenzalf. We boeken 2 nachten in een spotgoedkoop pensionnetje aan 20 euro in dit dorpje dat aan een weinig gebruikte spoorweglijn gelegen is als in een Far West film “Once upon a time in the West” van Ennio Morricone. Het is hier uitzonderlijk rustig en landelijk. Het jonge volkje is hier weggetrokken. De oudjes zijn achtergebleven. Aan de oevers van het spiegelheldere Parga riviertje ligt een malse ontspanningsweide waar je urenlang vanop een bank kunt dromen en staren naar het vredig klaterende water. Vanonder groene plantenslierten duikt plots een forel op. Een opgeschrikte kikker begint te kwaken. Overmorgen staat ons een zware bergrit te wachten naar het dak van de Camino op 720 m. Een beetje rust komt dus goed van pas. In een antiekwinkeltje vind ik een ouderwets pillendoosje in keramiek uit grootmoeders tijd voor mijn verzameling. Nog ongeveer 110 km. tot Santiago.




Donderdag 20 Juni 2013 (dag 26) Lourenzá – Vilalba 48 km.

De veel kabaal makende Spaanse stappers die laat gisteren avond laat gearriveerd zijn hebben de ganse tafel ingenomen. Als we niet attent zijn eten ze nog onze taartjes op ook. We moeten vandaag naar een hoogvlakte op 600 m. De pasteibakker raadt ons aan vanaf Mondoneo niet de Camino te volgen wegens véél te zwaar maar langs de N-634 te fietsen. Hij heeft er echter niet bij verteld dat er verschrikkelijk veel verkeer is. Wat weten Spanjaarden eigenlijk van fiets-trekking? De zwaar volgeladen camions en zwarte roet uitstotende vrachtwagens zoeven gevaarlijk dicht bij tijdens een oneindig lange klim van 15 km. lang tot 650 m. hoogte bij Gotán. Waarom hebben wij ons laten overhalen deze “stomme” weg te nemen die al even hoog gaat als de Camino. “We missen een heel stuk natuurschoon”. Vanaf Gotár volgt er een kaarsrechte weg over Abadín en Martinán. De huizen staan er vervallen bij. Weer bemerken we overal plaatjes “se vende”. Galicië is duidelijk niet de rijkste provincie. Het moet hier zeer slecht gaan in de immobiliënsector. Het begint te regenen. Weer zoals in België. “Espagna verde” heeft zijn naam niet gestolen. Vilalba is groter dan verwacht maar zonder uitstraling. De lange hoofdstraat bestaat uit hoge gebouwen en grijze kantoren. Winkels zijn er genoeg maar een bakker vinden we niet. Meer en meer begint de algemene vermoeidheid zich te laten voelen. We verlangen stilaan naar Santiago de Compostela.

Woensdag 19 Juni 2013 (dag 25) Ribadeo – Lourenzá 44 km.

We worden onmiddellijk onder een loodgrijs wolkendek het midden gebergte van Galicië ingestuurd van 20 naar 430 m. over ongeveer 12 km. klimmen. Hoe hoger we zitten hoe harder het begint te regenen. Onder de regenjas hangt een zwoele natte geur van zweetvocht en condensatie druppels. Na de welgekomen comida in Trabada op 150 m. herbegint het verhaal van de voormiddag opnieuw. De klim naar 435 m. is eindeloos. Natte dikke mistflarden wisselen af met kille onaangename regen. Als je met de Camino de hemel kan verdienen, dan krijg je deze beslist niet cadeau. De afdaling naar Lourenzá is lang en glibberig gevaarlijk door de vele plassen en afgevallen eucalyptusbladeren. De vingers zien verkleumd wit van de kou. Boven was het misschien nauwelijks 10°C. In Pensión Gloria worden we hartelijk met de nodige Spaanse moppen ontvangen door de plaatselijke eigenaar pasteibakker. Hij heeft 4 prachtige kamers ter beschikking met een gemeenschappelijke volledig ingerichte keuken. Is dit niet een beetje overdreven luxe? Een bakker die met zijn zwart geld niet weet wat doen? Wij vragen het ons alleszins af. Morgen bestaat de “desayuno”, het ontbijt, uit taartjes en gebak van vandaag op lade 4 in de frigo.








Dinsdag 18 Juni 2013 (dag 24) Otur – Ribadeo 48 km. (na 1000 km. zijn we in Galicië)

Het is niet te warm zoals gisteren. Het landschap wordt weidser, de bergen minder hoog. We volgen de drukke N-364 die als enige kaarsrecht naar Ribadeo loopt. De autostrade is vanzelfsprekend geen optie. De tocht is eerder saai, tenzij de oceaan zich nu en dan nog eens laat zien. De temperatuur wordt sterk getemperd en afgekoeld door de noorderwind van over de oceaan. Als hoogtepunt van de dag steken we de brede Ría van Ribadeo over langs een smal voetgangerspadje over de duizelingwekkend hoge autostradebrug. Het 1,5 km. lange padje is nauwelijks breder dan onze fietszakken. De frisse oceaanwind draagt zonder problemen de in grote bochten zwevende zeemeeuwen. In de verte komt een vissersboot aangevaren vol “mariscos”. Diep beneden aan de oevers van de Ría liggen er kleine strandjes van waaruit “gelukzakken” het glasheldere water inspringen. Hier nemen we afscheid van Asturië. Hier nemen we wat bedroefd definitief afscheid van de Atlantische oceaan. We zijn in Galicië aanbeland dat hoofdzakelijk bestaat uit midden gebergte. De namiddag hebben we vrij om wat rond te kuieren in het oude ontgoochelende stadje dat weinig rijkdom uitstraalt … integendeel. De stokoude huizen zijn in een onbegrijpbaar kluwen rond en op de rotsen gebouwd. Het hotelletje is beneden alle peil. In Spanje zijn de hotels goedkoop en tot onze grote verwondering altijd onberispelijk zeer netjes. Nooit vuile toiletten.














Maandag 17 Juni 2013 (dag 23) Soto de Luina – Otur 49 km.

Het weer ziet er niet denderend uit. De zon lukt er niet in de zwaar bijeen gepakte wolken te doorprikken. Integendeel. Het begint te miezelen. De Camino gaat al vrij snel naar boven tot 150 m. De weg kronkelt onophoudelijk in scherpe bochten langs de kustlijn, soms dwars door geurige eucalyptusbossen. De ene klimpartij volgt de andere op zonder te kunnen recupereren. Het landschap is prachtig. Voortdurend een onvergetelijk wondermooi plaatje. De zon breekt door. Het is ideaal fietsweer rond 20°C. Groene heuvels, klaterende beekjes … grazende koeien die ons niet te moeite waard vinden om even op te kijken. De zee is nooit ver weg, de playas vlakbij. Veel huizen staan er verlaten bij. Veelal “se vende”. Zo gaat het de ganse dag door over Cadavedo, Canera, Luarca. In Otur hebben we alles samen weer eens 600 m. geklommen en zijn we moe gestreden. Is er al één dag plat geweest in Spanje? Neen helaas.